Je eigen krant maken!



2/3

Druk je krant af en deel hem uit!


3

Stuur je krant door naar anderen


4/5

Het weer
Zon en wolken
Temp: 22 C
Wind: N3
Zondag 3 maart, 1901

Industriƫle Revolutie

Dit keer in het blad van de geschiedenis kan je wat lezen over de Industriƫle Revolutie.
De opkomst van socialisme
Hier wordt er wat vertelt over de opkomst van socialisme.
In de 2e helft van de 19e eeuw begon Nederland zich te moderniseren. Hier begon de industrialisatie. Er ontstonden toen vooral textielfabrieken en fabrieken voor de verwerking van landbouwproducten. In 1890 kwam er zware industrie: machine- en scheepsbouw. De arbeidsomstandigheden waren slecht, kinderen, vrouwen en mannen moesten in fabrieken werken. In de 19e eeuw bleven de lagere klassen arm. Dit word sociale kwestie genoemd.
Door het censuskiesrecht zaten alleen mensen uit de gegoede burgerij in het bestuur.
Liberalen hadden veel eisen als het gaat om de politiek en economie. Liberalen waren tegen allerlei regels van ondernemers.
Rond 1850 ontstond het socialisme. De Duitse econoom Karl Marx schreef een boek over zijn denkbeelden die hij communisme noemde. Communisme en socialisme willen dat iedereen profiteert van de economische groei maar volgens Marx was de vrije markt alleen maar gunstig voor ondernemers.
Marx voorspelde een klassenstrijd tussen arbeiders en kapitalisten. De arbeiders zouden in een revolutie de macht grijpen en fabrieken, grond en machines het bezit van iedereen maken. In zo'n klasseloze samenleving zou er geen verschil tussen arm en rijk bestaan, de opbrengsten zouden eerlijk door de staat verdeeld worden. Maar er waren ook mensen die slechte werk- en leefomstandigheden wilden verbeteren door wetten te maken in het parlement, dit waren de sociaaldemocraten. Om sterker te staan richtten zij in 1894 een politieke partij op: Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. Zij wilden dat alle mannen kiesrecht kregen, maar dat
Om sterker te staan richtten zij in 1894 een politieke partij op: Sociaaldemocratische Arbeiderspartij. Zij wilden dat alle mannen kiesrecht kregen, maar dat zou nog tot 1917 duren. Ook gingen steeds meer burgers bij de regering protesteren over de uitbuiting van kinderen. In 1874 hebben ze besloten kinderarbeid in fabrieken te beperken, dit wad de eerste sociale wet in Nederland.

Vrijheid van Onderwijs

In 1848 ontstond er een belangrijk grondrecht: vrijheid van onderwijs. Thorbecke en andere liberalen hadden in de 2e helft van de 19e eeuw de meeste invloed in het parlement. Zij waren tegen invloed van kerken op het onderwijs. Zij stuurden kinderen naar school. Onderwijs was bij hen niet katholiek of protestant maar neutraal. Scholen kregen geld van de overheid. Katholieken en protestanten stuurden hun kinderen juist niet naar school, zij gingen na 1848 samenwerken om eigen, goede katholieken en protestante scholen op te zetten. De vrijheid van onderwijs gaf hun het recht dat te doen maar deze scholen werden niet door de staat betaald.In de samenleving en het parlement brak toen de schoolstrijd uit. De confessionelen stonden tegenover de liberalen, zij wilden een nieuwe wet. Die regelde dat de staat ook het bijzonder onderwijs betaalde. Om meer invloed te kunnen krijgen stichtten confessionelen politieke partijen op.
Vrijheid van Onderwijs
Eind 19e eeuw waren er 4 bewegingen die opkwamen voor de emancipatie van groepen burgers: socialisten, feministe, confessionelen en abolitionisten. Het parlement besloot, tegelijk met toen de grondwet van mannenkiesrecht werd vastgelegd, dat de overheid ook voor het confessionele onderwijs alle kosten moest betalen.

Emancipatie

In 1863 begon er een andere groep met haar emancipatie. Het Nederlandse parlement besloot een eind te maken aan de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen. Abolitionisten wilden emancipatie voor slaven. Zij vonden dat slaven vrij moesten worden en gelijke rechte moesten krijgen. Sommige slaven ontsnapten wel eens, zij kregen een pijnlijke bestraffing en soms zelfs de doodstraf. Doordat de emancipatie stopte, konden kinderen eindelijk naar school.

Feminisme

In 1870 ontstond er een beweging die opkwam voor rechten van vrouwen: feminisme. Feministen bestreden het onrecht dat vrouwen achtergesteld werden. De vrouw mocht nooit beslissingen maken zonder toestemming van haar man. Veel ondernemers namen vrouwen in dienst omdat ze vrouwen minder moesten betalen dan mannen. Feministen eisten dezelfde beloning voor mannen en vrouwen. Ook moesten meisjes de kans krijgen om verder te leren, de belangrijkste feministische eis was de invoering van vrouwenkiesrecht. Feministen/heldinnen zoals Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs leidden de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht. Helaas veranderde er weinig omdat de meeste heren in regering en parlement niets zagen in de ideeƫn van feministen. In 1919 werd een wet aangenomen waardoor ook vrouwen kiesrecht kregen. Er was voortaan kiesrecht voor mannen en vrouwen.